HET ONTSTAAN, EEN KORTE GESCHIEDENIS EN DE ACTIVITEITEN VAN

“ THE BRITISH TORCH OF REMEMBRANCE “

Op de jaarlijkse vergadering van de Nationale Federatie van Oud-strijders van België in het jaar 1926 deed de uitgever van hun blad, de Heer M. Martin de suggestie dat de oudgedienden graag een persoonlijke manier zouden willen om hun gevallen kameraden te herdenken. Hij stelde voor dat een toorts het symbool zou zijn; een vrijheidstoorts die zou overgedragen worden van vader op zoon aan de eeuwige vlam aan het gedenkteken ter ere van de “Onbekende Soldaat“ te Brussel. Het was eendrachtig overeengekomen dat de plechtigheid zou plaats vinden op 11 november van elk jaar. Als direct resultaat van dit alles vertegenwoordigden negen brandende toortsen de negen provincies, verenigd en samen marcherend in de duisternis naar het Graf van de Onbekende Soldaat aan de Congreskolom te Brussel, om hulde te brengen. Daarna werden de toortsen gedoofd.

Dit idee verspreidde zich snel en al vlug werden er een 300-tal toortsen aangestoken door de Burgemeester van steden en dorpen aan de plaatselijke gedenktekens, gewoonlijk in de aanwezigheid van schoolkinderen en vanzelfsprekend van het publiek in het algemeen. Deze toortsen werden dan overgebracht naar de Provinciehoofdstad en na een korte plechtigheid en eerbetoon gedoofd. De toorts van de hoofdstad van de provincie nam uiteindelijk de weg naar Brussel alwaar, samen met de toortsen van de andere provincies, in het duister opgemarcheerd werd op 11 november van elk jaar, om hulde te brengen aan de gesneuvelden aan de eeuwige vlam aan het gedenkteken van de Onbekende Soldaat.

In de loop der jaren vervoegden toortsen van andere landen waar de Belgische Oud-strijders waren gelegen, zoals o.a. Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Brazilië,USA., enz……., de plechtigheid en de stoet, maar het was pas in 1945 dat de eerste toorts van het N.S.B. /F.N.C. (Nationale Strijdersbond van België / La Fédération Nationale des Combattants de Belgique) vanuit Londen de pelgrimstocht ondernam naar België en tot op heden dit nog steeds voortzet. Het was in 1965 dat enkele van de “Old Contemptibles” (letterlijk: “oude verachtelijken”[1]), de mogelijkheid besproken tot deelname van een Britse toortsdelegatie. Een Belgisch oud-kolonel René Gallant en de Britse ex-majoor Ray North staken er veel tijd en werk in, met als resultaat dat in november 1966 de eerste“ British Torch of Remembrance“ overkwam naar Brussel met de London Branch N.S.B./F.N.C.

Deze fiere oudgedienden, Lt Kolonel Sir John Russel, voorzitter Fred Butler en Kapitein Ray North, vergezeld van Mevrouw Grace Mulligan,  die overigens de nationale vlag droeg tot dat zij zich deze taak tot haar spijt wegens ouderdom moest opgeven. Deze dame bleef actief tot haar 93 jaar.

Fred Butler was de laatste nationale voorzitter van de “Oude Verachtelijken” .Zijn heengaan was een groot verlies. Zoals in veel oudstrijdersorganisaties maakte de leeftijd het voor velen moeilijk om ver te reizen zodat de jongeren trachtten te helpen door het in ere houden van de tradities voor de oud-strijders verder te zetten. De jongere generatie blijft zich in zetten om de traditie van de toorts levendig te houden. De leden komen van overal uit Groot-Brittannië.  Sedert enkele jaren is het hoofdbestuur van de British Torch of Remembrance gevestigd in The Duke of Yorks Royal Military School te Dover  (zie:http://www.doyrms.com/BTOR )

Jaarlijks rond 7 november wordt de Britse toorts aangestoken door de deken van de Abdij van Westminster aan het graf van de “Onbekende Soldaat“. De dag nadien vertrekt het gezelschap met de toorts naar Oostende. Bij aankomst te Oostende wordt de groep opgewacht door “The British Torch of Remembrance Belgian Branch“, de Burgemeester van Oostende , vooraanstaanden en leden van verschillende verenigingen. Daarna volgt een optocht naar het oorlogsmonument met neerlegging van een krans. De dag nadien is de groep op uitnodiging van de ‘BTBB’ te gast te Roeselare voor een plechtigheid op de stedelijke begraafplaats waarna een receptie wordt aangeboden op het Stadhuis van Roeselare. In de namiddag vertrekt de groep naar Ieper, waar ’s avonds wordt deelgenomen aan de ceremonie van de Last Post. De volgende dag is er een plechtigheid te Bredene en de pelgrimstocht eindigt dan uiteindelijk op 11 november in Brussel.

De hele organisatie is zelfdragend en ontvangt geen enkele hulp of bijstand van om het even welke bron uitgezonderd de giften van vrienden die interesse betonen alsook uit het organiseren van evenementen.

To you from failing hands we throw

The Torch be your to hold it high

If ye break Faith with us who die

We shall not sleep, though Poppies grow

In Flanders Fields.

(Extract uit in Flander’s Fields door LtCol John McCrae)

 

The British Expeditionary Force or BEF was the British Army sent to the Western Front during the First World War. Planning for a British Expeditionary Force began with the Haldane reforms of the British Army carried out by the Secretary of State for War Richard Haldane following the Second Boer War (1899–1902).[2]

The term "British Expeditionary Force" is often used to refer only to the forces present in France prior to the end of the First Battle of Ypres on 22 November 1914. By the end of 1914—after the battles of MonsLe Cateau, the Aisne and Ypres—the old Regular Army had been wiped out, although it managed to help stop the German advance.[3] An alternative endpoint of the BEF was 26 December 1914, when it was divided into the First and Second Armies (a ThirdFourth and Fifth being created later in the war). B.E.F. remained the official name of the British armies in France and Flanders throughout the First World War.

Emperor Wilhelm II of Germany, who was famously dismissive of the BEF, allegedly issued an order on 19 August 1914 to "exterminate ... the treacherous English and walk over General French's contemptible little army". Hence, in later years, the survivors of the regular army dubbed themselves "The Old Contemptibles". No evidence of any such order being issued by the Kaiser has ever been found.

 



[1] Bijnaam van de BEF (British Expeditionary Force – Britse Expeditiemacht/leger) De bijnaam zou gebaseerd zijn op een vermeende uitlating van de Duitse Keizer Wilhelm II die zich nogal smalend uitliet over de BEF en op 19 augustus 1914 een order zou gegeven hebben om “de verraderlijke Engelsen uit te roeien en over het verachtelijke leger van Generaal French heen te lopen” Vandaar dat de overlevenden van het reguliere Britse leger zich later de bijnaam “Old Contemptibles (oude verachtelijken) aanmatigden. Er is echter nooit een historisch bewijs van dat door Keizer Wilhelm II uitgevaardigde order teruggevonden. om

 

De “ reason to be “

“The British Torch of Remembrance Belgian Branch  (BTBB)“

Wat destijds begon als een soort vriendendienst over de grenzen heen is uitgegroeid tot een organisatie met maar liefst meer dan 350 leden. De BTBB heeft zijn ‘ups and downs‘ gekend, maar is door de jaren heen en met de inzet van enkele doordrijvers een vast begrip geworden in Roeselare, Ieper, West-Vlaanderen en zelfs gans België.

De BTBB wil zich blijven inzetten om de “Toorts” van verdraagzaamheid en vrede verder uit te dragen en om er voor te zorgen dat degenen die hier gestreden hebben voor ons vaderland in ere zullen gehouden worden; dat militairen en burgers die hier voor onze vrijheid zijn gestorven met de  nodige eer in herinnering zullen gehouden worden.

Het is daarom dat, naast het organiseren van een jaarlijkse plechtigheid ter herinnering van de Britse slachtoffers in onze regio tijdens beide wereldoorlogen, onze Anglo–Belgische vereniging ook aanwezig is op een groot aantal andere herdenkingsceremonies over het ganse land.

De BTBB wil er voor zorgen dat de jongeren erop gewezen worden, nu de Oud-strijders van ‘den grote oorlog‘ er niet meer zijn en die beelden van deze verschrikkelijke toestanden van destijds hier wat vervagen, dat er toch voor moet gezorgd worden, dat dergelijke gruweldaden, misdaden tegen de mensheid, niet meer voorvallen in de menselijke beschaving waarnaar wij streven.

De oorlogen en de verwoestingen wereldwijd zijn hier ‘so far away‘. De herinneringen die rijzen bij het bezoek aan de talrijke militaire begraafplaatsen in onze eigen streek brengen ons terug ‘so close‘ bij al dat leed.